BOOM
verhalen

Een kleine
geschiedenis
van Almere
Nederlandse naam   roepnaam   latijnse naam   bomenkrant   genootschap   colofon  

Plinius de Oudere Boom

Vindplaats: Overgooi, Gooimeerdijk Oost/Slingerbos
[gps]
locatiekaart
52.325216, 5.258929 E 5°15'32.14" N 52°19'30.78"
[Nederlandse naam]

Eik

[categorie]
bijzondere bomen

Plinius de Oudere Boom


‘Dan moet de bemanning een zeeslag met dit bos aangaan!’ Het is een citaat uit de Naturalis Historia van de Romein Plinius de Oudere. In dit boek, een van de oudste encyclopedieën ter wereld, wordt ook over Nederland geschreven.

Wat Plinius schrijft heeft misschien iets te maken met twee fossiele eiken die langs de Gooimeerdijk zijn gevonden.
Beide eiken kwamen in 1999 en in 2012 op vrijwel dezelfde plek tevoorschijn bij graafwerkzaamheden langs de Gooimeerdijk.
De boom gevonden in 2012 is beginnen te groeien omstreeks het jaar 74 na Chr. Na 154 na Chr. is hij daarmee opgehouden. De jaartallen voor de boom uit 1999 zijn achtereenvolgens 63 na Chr. en 155 na Chr.
Plinius weidt een aantal zinnen aan de bomen in onze contreien. Hij is halverwege de eerste eeuw officier in het Romeinse leger aan het Rijnfront. Plinius is waarschijnlijk betrokken geweest bij de veldtocht tegen de Chauken in het huidige Groningen en het Duitse Ostfriesland. De Romeinen maken daarbij gebruik van de Rijnvloot om troepen naar het noorden te verplaatsen en de route die ze volgen gaat, naar alle waarschijnlijkheid, over het Flevomeer.
Het is misschien bij deze tocht dat hij zijn observatie doet. Plinius: “De diepste wouden bevinden zich in de omgeving van twee meren waarvan de oevers bedekt worden door eiken met geweldige groeikracht.
 
Plinius-de-Oudere-Boom
Als de eiken door golven of wind worden losgeslagen voeren ze tussen hun wortels uitgestrekte eilanden met zich mee. Op drift geraakt hebben ze vaak tot alarm geleid bij onze vloten. Als de stroming ze tegen de boeg van de voor anker liggende schepen drijft, dan moet de bemanning een zeeslag met dit bos aangaan!”
Met de eiken langs de Gooimeerdijk kan zoiets gebeurd zijn, ook al zijn ze dan ruim honderd jaar later losgeslagen. In het Flevomeer (en later ook in het Almere en de Zuiderzee) is een permanent proces van landafslag gaande geweest. Dat in dit gebied grote wouden voorkwamen, weten we uit verschillende bronnen.
Zo zijn er bij opgravingen in het Kotterbos talloze resten aangetroffen van een door water en golven uiteengeslagen woud dat deels dateert uit de tijd van Plinius.
Plinius laat ons ook nog weten wat de Romeinen van al die bomen vonden: “De wouden bedekken de rest van het land en ze voegen aan de kou nog schaduw toe.”