BOOM
verhalen

Een kleine
geschiedenis
van Almere
Nederlandse naam   roepnaam   latijnse naam   bomenkrant   genootschap   colofon  

Adriaan van der Zwan Boom

[gps]
locatiekaart
52.350494, 5.213059 E 5°12'47.01" N 52°21'1.78"
[plantdatum]
1980
[Nederlandse naam]

Chinese moerascipres

[latijnse naam]

Metasequoia glyptostroboides

[categorie]
officiële en niet officiële bomen

Adriaan van der Zwan Boom


In 1980 komt aan de rand van het Beginbos een bosschuur gereed, die later de naam Eksternest zou krijgen. Vanuit de bosschuur wordt het groen aangeplant in het gebied Almere Haven en later ook in het zuidelijk deel van Almere Stad.

De bosschuur was één van de drie locaties in Almere van waaruit de groenaanleg plaatsvond. De eerste aanplant in Almere begon in 1972 maar tegen het einde van de jaren zeventig van de vorige eeuw kwam het werk goed op gang.
Maar, bomen planten kun je maar een paar maanden per jaar. In deze periode was er vaak slecht weer en de winter van 1978/1979 was planten vanwege de vorst gedurende een aantal maanden zelfs niet mogelijk. Er werd veel overgewerkt en het plantseizoen werd langer opgerekt dan planttechnisch verstandig was. Dan bleek dan wel weer aan het aantal dode bomen in het voorjaar dat de aanplant niet had overleefd.
Gedurende de twee tot tweeeneenhalve maand planttijd was de hulp nodig van personeel dat normaliter in de landbouw werkzaam was. De bestaande bezetting van het Eksternest bedroeg zo'n 12 tot 16 personen maar dat moest tijdens het plantseizoen worden verdubbeld. In de landbouw en in het groen heeft men het juist in de andere maanden druk.
De samenwerking ging soms wel wat geforceerd. De cultuur tussen personeel werkzaam in het groen of in de landbouw verschilde sterk. Niet alleen de indeling van de schaftpauzes maar werkzaam zijn in de landbouw of in het groen is een totaal ander vakgebied.
De bossen zijn goeddeels met de boomplantmachine aangeplant. In het stedelijk gebied wordt een andere werkwijze aangehouden. Maar die is niet altijd ideaal. Het liefst plant je bomen in stedelijk gebied in een speciaal plantgat waar het ophoogzand is vervangen door voedzame aarde. Bovendien ga je pas planten als de grote en zware machines voor grondbewerking en stratenaanleg vertrokken zijn. En wat je het liefste ook doet is rekening houden met de ruimte die een boom nodig heeft in volwassen stadium. Maar voor al deze wensen is vaak geen tijd, geld en prioriteit.
Een fenomeen uit de eerste fase van het stedelijk gebied is ook dat de bomen dicht op elkaar zijn aangeplant om zo snel 'groen volume' te krijgen. Dat is in Almere Haven gebeurd en delen van Stedenwijk Zuid. Vanaf Stedenwijk Midden is deze politiek verlaten en is zijn meer normale dichtheden aangehouden.

Het resultaat van al dit werk is dat gedurende het eerste deel van de jaren tachtig het grootste deel van het Almeerse groen, zoals we dat nu kennen, tot stand is gekomen, zowel in het stedelijk als in het landelijk gebied van Almere.

Tot de eerste gebruikers van de bosschuur behoorde groenopzichter Adriaan van der Zwan. Hij was in dienst van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpoders en na de eerste twee jaar vanuit kantoorgebouw De Hulk in Almere Haven te hebben gewerkt, verhuisde hij in 1980 naar de bosschuur in het Beginbos.
Samen met zijn collega's hebben ze de naam 'Eksternest' voor het gebouw bedacht. Van der Zwan heeft nog meer gedaan om de entree naar de Almeerse natuur herkenbaar te maken. Hij heeft voor het gebouw een vijver laten graven. Een moerascipres, die over is uit de plantvoorraad, wordt naast de vijver geplaatst.
Naam, vijver en boom maken van de anonieme kantoorruimten en de bosschuur een herkenbare plek in het groen. Bij zijn
werkgever, de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders, worden de wenkbrauwen echter gefronst over zoveel eigenrichting met de vijver en de boom. Het voorval zal omstandig aan de orde komen op het wekelijkse werkoverleg, zo wordt aangekondigd.
 
Adriaan-van-der-Zwan-Boom
Maar als het zover is, constateert de voorzitter zonder omhaal dat het onderwerp voldoende is besproken. Volgende punt!

De vijver is in 1994 gerenoveerd op initiatief van de Vereniging Groei en Bloei en dankzij een sponsorbijdrage van de ING van tienduizend euro. Na de werkzaamheden kunnen vijver en moerascipres, veertien jaar na de aanleg, officieel worden 'geopend'. Het gebouw is dan in gebruik voor educatieve natuurlessen en Almeerse natuurclubs hebben er hun onderkomen.
De vijver is bij een later renovatie verdwenen; de Metasequoia glyptostroboides staat er nog altijd in volle glorie.

Over moerascipressen
In het Nederlandse spraakgebruik kennen we twee 'moerascipressen'. Beter is om onderscheid te maken en daarom te spreken van de 'moerascipres' en de 'Chinese moerascipres'. De Chinese moerascipres heeft ook nog een andere Nederlandse naam: 'watercipres'.
Beide bomen zijn te vinden bij het Eksternest, de één onder de naam Adriaan van der Zwan Boom, de andere onder de naam 'Ed en Edje'.

In het Latijn heet de Chinese moerascipres 'Metasequoia glyptostroboides' en de moerascipres 'Taxodium distichum'.

De Metasequoia glyptostroboides is de enige levende soort van het geslacht Metasequoia.

Deze boom behoort tot de familie Taxodiaceae. Tot deze familie behoren behalve het geslacht Metasequoia onder meer ook de geslachten Sequoia, Sequoiadendron en Taxodium. Over deze indeling is overigens tegenwoordig een discussie gaande.

De bomen uit het geslacht Metasequoia waren vroeger alleen bekend van 60 miljoen jaar oude fossielen en men deelde ze in bij het geslacht Sequoia.
In de eerste helft van de jaren veertig van de vorige eeuw, zijn in China levende exemplaren van deze fossiele boom ontdekt. Meteen na de Tweede Wereldoorlog kwamen zaden van de boom beschikbaar en heeft deze boom zich weer over de wereld verspreid. Hij is tegenwoordig ook in tuincentra te koop.

In Limburg zijn fossielen en pollenkorrels gevonden van moerascipressen die dateren uit het Plioceen (5,3 tot 2,6 miljoen jaar gelden). Moerascipressen kwamen toen van nature voor in Nederland. De bossen waren erg soortenrijk en naast de loofhoutsoorten waren er veel naaldboomsoorten.
Het plioceen is het tijdvak dat vooraf gaat aan de periode van de ijstijden, het Pleistoceen. Veel boomsoorten zijn toen uitgestorven of uit onze streken verdwenen. Het werd te koud, de grond was bevroren of ging verscholen onder een dikke ijskap.

Zowel de 'Taxodium distichum' als de 'Metasequoia glyptostroboides' zijn makkelijk te onderscheiden van veel andere naaldbomen omdat ze hun blad (naalden) in de wintermaanden verliezen.

Het onderscheid tussen de taxodium en de metasequoia is echter veel moeilijker te maken. De metasequoia loop iets eerder uit en verliest ook iets eerder zijn naalden. De bladen bij de taxodium zijn wat langer, dieper groen en van onder grijsgroen. De loten en de zijloten zijn bij de metasequoia tegenovergesteld geplaatst, bij de taxodium staan ze niet zo mooi tegenover elkaar. De schors van de metasequoia is donkerder rood en sponsachtig.